De Rivierkreeft.

 

 

 

 

Veel gezien tijdens de midzomeravondduiken bij Aqua Libre:

 

De Rivierkreeft.


Deze zoetwaterbewoner zien we bijna altijd wel tijdens het duiken.

We zien hem vaak over de bodem scharrelen.

 


De rivierkreeft wordt langzamerhand weer steeds talrijker in het Nederlandse zoete water. Echter de kans dat men de inheemse rivierkreeft (Astacus astacus) tegenkomt is bijzonder klein.

De inheemse soort is in het begin van deze eeuw bijna geheel uitgestorven door de kreeftenpest. Meestal treft men de, aan het einde van de vorige eeuw uitgezette, Amerikaanse rivierkreeft aan, die immuun is voor de kreeftenpest.


De rivierkreeft is een alleseter. Als de avond is gevallen verlaat hij zijn hol en scharrelt over de bodem op zoek naar waterslakken, mossels, waterinsekten en ook kleine visjes, als hij ze met zijn scharen te pakken kan krijgen.

Aas wordt evenmin geschuwd. Ook waterplanten vormen een onderdeel van zijn gevarieerde menu.

Zelf heeft de kreeft ook vele vijanden. Grote palingen en baarzen lusten wel een rivierkreeftje. En dichter bij het wateroppervlak moet hij flink oppassen voor reigers.

De volwassen exemplaren zijn ook niet veilig voor elkaar als ze hun oude pantser hebben afgestoten. Dan is de kreeft bijzonder kwetsbaar en wordt dan boterkreeft genoemd.

Het duurt dan ongeveer 8 dagen totdat het nieuwe pantser weer hard genoeg is om hem te beschermen.

In hun eerste levensjaar wisselen ze wel 8 keer van pantser. Pas als ze 4 jaar en geslachtsrijp zijn wisselen ze nog maar 1 keer per jaar van pantser.


De paring vindt plaats in het late najaar.

Het mannetje draait met zijn scharen het vrouwtje op haar rug en deponeert het kleverige sperma op het achterlijf van het vrouwtje.

Bij het mannetje is het aanhangsel van het eerste segment voorzien van groeven. Deze groeven worden gebruikt om het sperma naar het vrouwtje te transporteren.

Vervolgens kan het nog enkele weken tot maanden duren (mei – juni) voordat het vrouwtje haar eitjes gaat leggen.

Afhankelijk van de omstandigheden en de soort legt ze ongeveer 100 tot 300 eitjes op het moment dat voor haar geschikt is.

De eitjes draagt ze dan mee onder haar achterlijf totdat ze enkele weken (juli) later uitkomen. De uitgekomen jongen lijken niet op larven, maar zijn miniatuurtjes van hun ouders.


Tijdens de eerste levensperiode houden de jonge kreeftjes zich nog vast aan de poten van het vrouwtje. Terwijl ze zich vasthouden, zullen ze zo’n 2 tot 3 keer vervellen voordat ze het vrouwtje verlaten.