De Snoek.

Gezien tijdens de midzomeravondduiken bij Aqua Libre:
De Snoek (Esox Lucius).
Op het einde van de duik in het bij Elshout zagen we een flink exemplaar van een meter lang.
Ook hebben we er veel gezien in Aqua Best, namelijk als je vanaf het grote strand niet linksom het schiereiland rond, maar rechtsom richting strandpaviljoen duikt.
Daar zitten er wat later in het seizoen een heleboel jonge snoeken. Bij het paviljoen zijn we er ook eentje van bijna een meter groot tegengekomen.

In de middeleeuwen werd de snoek beschreven als een verschrikkelijk, onverzadigbaar en geheimzinnig schepsel, dat mensen en dieren zou aanvallen en kleine honden zou opeten. De snoek zou onvoorstelbaar groot en zwaar kunnen worden.
De Duitse keizer Frederick II zou in 1239 een snoek hebben uitgezet met een koperen ring.
De snoek werd in 1497 teruggevangen en had een lengte van 5,8 meter en een gewicht van 175 kg.
Ook nu verschijnen tijdens de “komkommertijd” regelmatig nog verhalen over schoothondjes die verdwenen zouden zijn aan de waterkant.
De schuldige zou een snoek of meerval zijn. Dit zijn echter allemaal sterke verhalen, waarvan het waarheidsgehalte nihil is.
De snoek komt voor in de meeste wateren in Nederland. Hij heeft een voorkeur voor helder, plantrijk water. Grotere exemplaren zijn minder kieskeurig en komen ook voor in dieper en minder helder water.
De snoek jaagt alleen op prooivis en vertoont GEEN territoriumgedrag.
Al vanaf zo’n 4 tot 8 cm grote snoeken gaan ze over op het eten van vis, soms al bij 2 cm. Dan eten ze hun eigen broertjes en zusjes op die 1,2 tot 1,7 cm zijn.
Grotere snoeken jagen op de talrijkst voorkomende soorten als blankvoorn, baars en ruisvoorn, Relatief trage vissen als jonge karpers zijn ook favoriet.
Er is niet echt sprake van concurrentie tussen de snoek en de snoekbaars. De snoek is een vis van helder, plantenrijk water. Bij verlies van geschikt leefgebied wordt de rol van snoek als belangrijkste roofvis overgenomen door de snoekbaars.

