De Snoekbaars.

 

 

 

 

Gezien tijdens de midzomeravondduiken bij Aqua Libre:

 

De Snoekbaars (Sander Lucopera).


Tijdens de duik in de Kraaijenbergseplassen bij Linden voor het eerst gezien .

 


De snoekbaars behoort samen met de baars tot de familie van de Echte Baarzen. Je kunt hem herkennen aan een langgerekt lichaam met een van boven afgeplatte lange spitstoelopende kop .

De bek loopt door tot achter de mond (2) Hij heeft 2 rugvinnen. De voorste met harde stekels en de achterst met hoogstens enkele harde vinstralen aan de voorzijde.

De kleur is bovenop olijfkleurig tot donkergrijs de buik is witachtig. Het lichaam en de vinnen zijn bezet met talrijke donkere vlekken.


De snoekbaars komt vooral voor in alle grote rivieren, meren, plassen en kanalen. De snoekbaars kan in Nederland bij een lengte van 80 cm al groot genoemd worden.

Hij kan echter wel 120 cm worden. De snoekbaars is een vis van het open water en leeft voornamelijk in diep water.

De snoekbaars paait bij temperaturen van 12 tot 15 °C van april tot mei. De mannetjes maken in ondiep water een kuil die wortels van waterplanten blootlegt. De daar gelegde eieren worden door het mannetje bewaakt en door vinbewegingen van vers zuurstofrijk water voorzien.


Snoekbaars heeft een hekel aan teveel licht en zal overdag diepe of schaduwrijke plekken opzoeken. De jonge larven gaan zelfs dood bij te hoge lichtintensiteit.

De jonge snoekbaars eet kleine beestjes zoals watervlooien.

Naarmate hij groter wordt gaat deze in een school opererende vis over op grotere prooien, met name langwerpige vissen.

De snoekbaars heeft wel een voorkeur voor wat kleinere prooien in vergelijking met de snoek, die prooien tot een derde van zijn eigen lichaamsgewicht kan verslinden.


De snoekbaars jaagt voornamelijk in de avond, omdat hij dan met zijn troebele, katachtige ogen (de snoekbaars wordt om die reden ook wel 'glasoog' genoemd) een voordeel heeft.

Hij gebruikt weliswaar zijn ogen goed, maar maakt het meest gebruik van zijn zijlijnorgaan waardoor hij zich zelfs nog kan coördineren als hij niets ziet. Hij voelt dan de trillingen van de prooi die door bewegingen van het water worden veroorzaakt.


In de winter trekt de snoekbaars zich als dat mogelijk naar zeer diep water. Veel snoekbaarzen leven dan op dieptes tussen de tien en twintig meter.